• Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding

Peer

Golfen met oog voor de natuur

Door de gezamenlijke inspanningen van onze commissie en de greenkeepers kent De Batouwe inmiddels een rijke biotoop en wordt veel aandacht besteed aan flora en fauna met als gevolg een grote soortenrijkdom, waarvan u een kleine verzameling op deze borden terugvindt.

Groene Specht Een forse specht met een prachtig groen verenkleed met een mooi rood gekleurde schedel. Hij heeft, zoals de meeste spechten een sterk golvende vlucht. De groene specht laat zich regelmatig horen met zijn schallende lachende roep: kluu kluu kluu kluu, meestal zo’n zeven keer en aflopend in sterkte. Deze specht roffelt bijna niet. Het voedsel bestaat voornamelijk uit mieren. Hij is ook vaak op het gras te vinden.
Wespenorchis De wespenorchis is een overblijvend kruid uit de orchideeënfamilie.
Deze wespenorchis groeit met name in bossen, duinen en kreupelhout. In het begin van het bloeiseizoen is de bloemstengel aan de top omgebogen. De bloemkleur varieert. Sommigen zijn geheel groen, andere hebben een hoofdkleur rood, wit of geel of hebben een ingewikkelde gemêleerde kleuring met rood, lila, wit, bruin en groen. De plant bloeit gedurende de maanden juni tot augustus. De bloemen vormen een losse aar of een tros met naar een kant hangende bloemen. De aar wordt soms door bladluizen bezocht die vervolgens vele mieren aantrekken. De brede wespenorchis is aangewezen op bestuiving door wespen: gewone wesp en Duitse wesp. Deze wespensoorten hebben een grote voorliefde voor het stuifmeel van klimop; dit brengt met zich mee dat de wespenorchis, eenmaal aanwezig, zich vaak uitbundig verder weet te verspreiden op plekken waar klimop als bodembedekker wordt gebruikt.
Egel De egel is onmiskenbaar door de stekels op de rug en de bovenzijde van de kop. Een volwassen egel heeft ongeveer 7000 - 8000 stekels van 2 tot 3 cm lang. Waar stekels ontbreken, is de huid bedekt met vrij stugge haren die op de buikzijde geelwit tot bruin zijn. Een stekel gaat ongeveer een jaar mee, waarna hij uitvalt en wordt vervangen. Typisch voor de egel is de kringspier waarmee hij zich bij gevaar kan oprollen tot een bal en de stekels overeind kan zetten.
Putter Een kleurig lid van de vinkenfamilie met een prachtig rood gekleurd gezichtje en fel gele strepen in zijn vleugels waar hij vooral in de vlucht duidelijk aan te herkennen is. Tijdens het vliegen maken ze voortdurend geluid: een hoog pútpútpút. De putter foerageert graag op distels, kaardenbollen en klitten en zijn vooral in najaar en winter in groepjes te zien op ruige terreinen met veel onkruiden.
herfsttijloos De herfsttijloos stamt oorspronkelijk uit West-Azië en het Middellandse Zeegebied, maar komt nu in geheel Europa voor, met uitzondering van het noorden. In Nederland is de soort zeldzaam in het wild en gaat achteruit: de soort staat op de Nederlandse Rode lijst. De plant bevat colchicine. Dit, is een heel oud ontstekingsremmend middel dat tegen jicht werd gebruikt. In de plantenveredeling wordt colchicine gebruikt voor het verdubbelen van het aantal chromosomen, waardoor er extra grote planten ontstaan.
Beekjuffer Beekjuffers hebben een vlinderachtige vlucht, die vanwege de gekleurde vleugels vooral bij mannetjes opvalt. Zij zijn vaak in de oevervegetatie van een beek te vinden, waar mannetjes op uitkijkposten zitten. Beekjuffers hebben complexe dreig- en baltsvluchten, waar soms meerdere dieren aan deelnemen. Dit is vaak een spectaculair gezicht. Eitjes worden door het vrouwtje afgezet, in waterplanten. 
Kweepeer De kweepeer, Cydonia oblonga, stamt uit de rozenfamilie en is nauw verwant aan de appel, de peer en de lijsterbes. De boom komt oorspronkelijk uit het gebied rond de Kaspische zee. In de Griekse oudheid was de kweepeer het symbool voor schoonheid, liefde en vruchtbaarheid.
In vergelijking met de appel en de peer bloeit de kweepeer tamelijk laat in mei en juni met witte of lichtroze roosachtige bloemen. De gelige schil heeft vaak een dons/viltachtig laagje, dat je er makkelijk vanaf kunt vegen. Het kweeperenvlees is hard en zurig en rauw niet te eten. De kweepeer is rijp vanaf eind oktober. Het vlees moet nog hard zijn, de schil egaal geel met misschien wat bruine vlekken en de peer ruikt dan sterk aromatisch.
Kweeperen tref je vooral veel aan in de keukens rond de Middellandse Zee en in Nederland bij Turkse- en Marokkaanse groentewinkels. De kleur van het vlees is wit, maar bij het koken wordt dit van prachtig roze tot soms fel en dieprood.  De kooktijd varieert met de rijpheid van het vruchtvlees van 45 tot 90 minuten. Hoe langzamer ze gaar koken, hoe mooier het resultaat. Kweeperen zijn na het koken prima te verwerken tot jams, chutneys en vruchtenpasta’s.
Vuurwants De vuurwants is een bontgekleurde soort die een overwegend helder rode kleur heeft met een karakteristiek patroon van zwarte lichaamsdelen en vlekken en hieraan is te herkennen. De wants komt in grote delen van Europa voor en is ook in België en Nederland te vinden. De wants is voornamelijk een planteneter die soms ook dode of levende insecten eten. Je ziet ze vaak in grote groepen bijeen op een boomstam zitten.
Ijsvogel Een prachtige azuur kobalt blauwe vogel met een roestrode borst en helderrode snavel. Aan het blauw ontleent hij zijn naam. Hij kan overal voorkomen waar heldere, visrijke en traag stromende beken en riviertjes zijn met genoeg overhangende takken waar hij op kan zitten om te jagen. Dit doet hij door zich vanaf de tak of na even bidden in de lucht in het water te storten en het visje snel te pakken. De ijsvogel graaft een gang van 1 meter met aan het einde een nestkom die bekleed wordt met visgraten, afkomstig van hun braakballen. Ondanks zijn naam kan een ijsvogel niet tegen strenge winters. Hij kan dan niet jagen vanwege het ijs. Veel ijsvogels sterven dan ook tijdens een strenge winter. Dit compenseert de soort door drie of vier nesten met ca. vier jongen groot te brengen in de daaropvolgende zomer. 
Look zonder Look Look-zonder-look is een algemeen voorkomende plant die behoort tot de kruisbloemenfamilie. Binnen de kruisbloemenfamilie is de soort gemakkelijk te herkennen aan de witte bloemen, het blad en de geur. Na het wrijven van een blad komt er een geur vrij die op uien lijkt. De plant dankt hieraan ook haar naam; het ruikt naar look maar is botanisch niet verwant aan look. Het oranjetipje, een vlinder, legt graag haar eitjes op deze plant.
Een qua uiterlijk weinig opvallend vogeltje, lichtbruin / beige van kleur, wat aan de waterkant in rietkragen leeft en nestelt. Het nest is een soort hangbuideltje tussen rietstengels. In najaar trekt hij naar tropisch Afrika. Opvallend is wel zijn zang, een luid krassen en “bubbelen” aangevuld met verschillende imitaties van andere vogels wat vrijwel de gehele dag te horen is in het voorjaar. De kleine karekiet is een van de favoriete pleegouders voor het jong van de koekoek.
Oranjetipje Het Oranjetipje, één van de eerste vlinders in het voorjaar! Een vrolijk rondvliegend witje dat zijn naam dankt aan zijn fel oranje vleugeltoppen van het mannetje. De eitjes worden afgezet op onder andere de Pinksterbloem en Look zonder Look, twee plantensoorten die ook veel op onze baan voorkomen.