• Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding

Kers

Golfen met oog voor de natuur

Door de gezamenlijke inspanningen van onze commissie en de greenkeepers kent De Batouwe inmiddels een rijke biotoop en wordt veel aandacht besteed aan flora en fauna met als gevolg een grote soortenrijkdom, waarvan u een kleine verzameling op deze borden terugvindt.

Groenling Een vrij stevige vink, overwegend groen met gele tinten en een forse snavel waar hij zaden en pitten mee kan kraken. Hij broedt in bosranden en in weidelandschappen met boomgroepen, parken en tuinen. De groenling is vaak te vinden op rozenbottels in het najaar. Hij heeft een kanarieachtige zang met loopjes en trillers. 
Brede Wespenorchis De wespenorchis is een overblijvend kruid uit de orchideeënfamilie. Deze wespenorchis groeit met name in bossen, duinen en kreupelhout. In het begin van het bloeiseizoen is de bloemstengel aan de top omgebogen.   De bloemkleur varieert. Sommigen zijn geheel groen, andere hebben een hoofdkleur rood, wit of geel of hebben een ingewikkelde gemêleerde kleuring met rood, lila, wit, bruin en groen. De plant bloeit gedurende de maanden juni tot augustus. De bloemen vormen een losse aar of een tros met naar een kant hangende bloemen. De aar wordt soms door bladluizen bezocht die vervolgens vele mieren aantrekken. De brede wespenorchis is aangewezen op bestuiving door wespen: gewone wesp en Duitse wesp. Deze wespensoorten hebben een grote voorliefde voor het stuifmeel van klimop; dit brengt met zich mee dat de wespenorchis, eenmaal aanwezig, zich vaak uitbundig verder weet te verspreiden op plekken waar klimop als bodembedekker wordt gebruikt
Heidelibelle De steenrode heidelibel is een echte libel uit de familie van de korenbouten. De libel wordt 35 à 40 mm lang en komt voor in vrijwel heel Europa. In Nederland is het een algemene soort in de nazomer. Bijzondere kenmerken zijn de gestreepte poten en een 'hangsnor'. De larven leven in het water en zijn verwoede jagers die waterdiertjes eten die kleiner zijn dan zijzelf.
Heikikker De heikikker lijkt veel op de bruine kikker alleen is hij kleiner en heeft hij  een spitsere snuit. In de voortplantingstijd kunnen de mannetjes van de heikikker blauw kleuren doordat er door veranderende hormoonspiegels lucht onder de huid kan komen. . Opvallend is het, soms grotendeels, blauw kleuren van de mannetjes tijdens de paarperiode; dit treedt slechts lokaal en slechts gedurende enkele dagen op. 
Moerbij De witte en zwarte moerbei
De moerbei of Morus alba (wit) en Morus nigra (zwart) behoren tot de Moraceae familie. Ze komen van nature voor in Midden- en West-Azië, maar werd al in de oudheid in cultuur gebracht in China en de Zuid-Europese landen. De soort is in principe éénhuizig: de boom heeft zowel onopvallende mannelijke-, als vrouwelijke bloemen en kleine frambozenachtige vruchten, die behoorlijke vlekken kunnen veroorzaken. Deze vruchten zijn eetbaar maar smaken meestal niet echt lekker.
De witte moerbei
De witte moerbei is de favoriet plant is voor de zijderups en speelt bij de productie van zijde een belangrijke rol.
Het is een middelgrote boom (8-12m) met een open kruin en een wat warrige vertakking. De schors kleurt van lichtgrijs tot grijsbruin. Het onregelmatig gevormde blad kan tot 20 cm lang worden en is glanzend lichtgroen en voelt behaard aan.
Grappig is het kampioenschap stuifmeelschieten; deze witte moerbei is de winnaar in de plantenwereld voor wat betreft de snelheid waarmee de meeldraden het stuifmeel wegschieten: met meer dan 600 km/uur.
De zwarte moerbei
Deze boom wordt tussen de 6 en 10 meter hoog en heeft een dichte kroon bestaande uit grillig gevormde takken. De schors is donkeroranje met brede groeven. De bladeren van de zwarte moerbei zijn donkergroen van kleur met een lichte onderkant en eveneens behaard.
De geelgroene onopvallende bloemen bloeien in mei-juni. De mannelijke bloemen staan in ronde katjes en vallen af direct na de bloei.
De Grieken gebruikten de zwarte moerbei vruchten om wijn te kleuren en tegenwoordig wordt de moerbei ook als natuurlijke kleurstof gebruikt in bijvoorbeeld lipstick.
kolibrievlinder De kolibrievlinder lijkt qua gedrag veel op de kolibrie. Hij staat met zijn snelle vleugelslag stil in de lucht voor een bloem om nectar te drinken. De hoofdkleur van de bovenkant van de vleugels zijn bruin met enkele donkerbruine dwarslijnen. In de vlucht is de oranje kleur van de achtervleugel goed te zien. De kolibrievlinder vliegt rond van februari tot november en veelal overdag.
Witte kwikstaart Een kleine vogel met zwart-witte tekening, vliegt met een golvende vlucht. Hij ontleent zijn naam aan het voortdurend wippen met zijn staart tijdens het lopend jagen op insecten. Dit doet hij het liefst op vlak en open terrein in de buurt van water zoals weilanden, gazons, wegen, waar insecten goed te zien zijn. Op de Batouwe jaagt hij graag op de fairways waar hij praktisch de gehele dag te zien is in voorjaar en zomer.
Aronskelk De Italiaanse aronskelk is te herkennen aan het geaderde pijlvormige blad en de oranje bloeikolven die in het najaar verschijnen. De plant bloeit in de periode mei-juni met witgroene bloempjes met die staan op een verdikte gele bloeikolf . Na de bloei verschijnt de stengel met (giftige) oranje bessen. De plant komt voor op schaduwrijke plaatsen.
Scholekster Een zwart-witte waadvogel die aan de kust maar ook in het binnenland op weilanden, langs rivieren en meren en in parken voorkomt en broedt. In de steden broedt hij graag op platte grinddaken. Op de Batouwe heeft de scholekster zich gevestigd in enkele knotwilgen. De scholekster heeft als bijnaam “bonte piet”, naar het geluid wat hij zeer luid maakt: tepiet tepiet tepiet. Soms wordt dit geroepen door meerdere vogels terwijl ze in formatie laag over het weiland scheren of hoog in de lucht. De snavel is opvallend lang, die wordt gebruikt om wormen, insecten en schelpdieren op te zoeken in de klei of het slik. Met die snavel kan hij ook mosselen en kokkels stuk hameren. 
Zwanenbloem Een van de mooist bloeiende waterplanten die op onze baan voorkomt. Onze Zwanenbloem is dan ook goed herkenbaar aan de fraaie rose-rode, in schermen geplaatste, vrij grote bloemen. Het is een redelijke grote plant, tot wel 1½ meter hoog, met lange bladeren. Het is een van onze wettelijk beschermde planten.
Aurelia De Gehakkelde Aurelia is makkelijk te herkennen aan de sterk gekartelde vleugenranden. Hij overwintert als vlinder. Je kunt hem dus al vroeg in het jaar tegenkomen. De soort gebruikt naast de brandnetel ook hop, iepen, wilgen, aalbes en kruisbes als voedselplant voor de rupsen. De gehakkelde aurelia vliegt in twee generaties van maart tot oktober. In het voorjaar en zomer voeden de vlinders zich van nectar van bloemen en in het najaar zijn de vlinders vaak op rottend fruit aan te treffen.
Boomkruiper De boomkruiper is een klein onopvallend vogeltje met een bruin- grijs gestreept verenpakje met witachtige buik en een krom snaveltje. Hij vliegt van boom naar boom tijdens het zoeken naar insecten en kruipt dan steeds van de voet van de boom naar boven (dat is het verschil met de boomklever: deze kruipt ook naar beneden) terwijl hij in alle spleetjes en gaatje speurt naar prooi. In de winter is de boomkruiper vaak te zien in grotere groepen mezen en goudhaantjes die gezamenlijk door het bos trekken op zoek naar eten.