Fuut

(foto: Vogeldagboek.nl)

Beschrijving

In het zomerkleed is de fuut dankzij de halskraag en de verlengde veren op de kop een goed herkenbare soort. In het winterkleed verliest de vogel deze opvallende kenmerken, en is dan minder kleurrijk. De kraag en de kopveren ontbreken, bij jonge vogels, terwijl dan over de kop en de hals nog dunnen, witte strepen lopen.

Het baltsgedrag van futen is erg spectaculair; beide vogels zwemmen met gestrekte hals naar elkaar toe en rijzen met de borsten tegen elkaar op uit het water. De vogels schudden hierbij met de kop en bieden elkaar plantenmateriaal aan. De vogels bouwen vervolgens smaen een drijvend nest van planten, meestal op een goed verborgen plaats. Hoewel de jonge vogels al meteen uitstekend kunnen zwemmen, liften de kuikens vaak mee op de rug van één van de ouders, waarbij de jongen ook tijdens het duiken gewoon blijven zitten.

Broeden

  • Broedperiode: maart - juni
  • Koloniebroeder: nee
  • Aantal legsels: 1 - 2
  • Aantal eieren: 3 - 4
  • Incubatie: 27 - 29 dagen
  • Nestduur: 71 - 79 dagen
  • Kleur eieren: wit
  • Aantal broedparen: ongeveer 15.000

Kenmerken

  • Lengte: 46 - 51 cm
  • Spanwijdte: 59 - 73 cm
  • Gewicht: 600 - 1500 gram
  • Maximale leeftijd: 20 jaar
  • Sanvel: de snavel is relatief lang, dun recht en bleek van kleur
  • Poten: zwartachtige grote poten, met gelobde tenen

Herkenning

Opvallen kenmerken: grote oorpluimen en 'bakkebaarden' tijdens het zomerkleed. In de vlucht zijn de witte vleugelstrepen duidelijk zichtbaar. De donkere poten steken uit.

Gedrag: in het voorjaar vertonen futen prachtige baltsrituelen, neem een de tijd om zo'n balst goed te bekijken. Futen zijn uitstekende duikers en kunnen soms enige minuten onder water blijven. Een goede manier om vijanden af te schudden.

Kleed: grote oorpluimen en 'bakkebaarden' tijdens het zomerkleed. De bovenzijde is grijsbruin van kleur, de onderzijde is wit. In het zomerkleed is een kraag van roodbruine veren aanwezig en bevinden zich zwarte, opstaande veren op de kop. Tussen het oog en de snavel bevindt zich een zwarte streep. Het winterkleed is veel minder opvallend.

Verspreiding

Europese verspreiding: futen komen vooral voor in gematigd Europa, waar zoetwatermeren te vinden zijn. In het grootste deel van het verspreidingsgebied (en vooral in Finland, Litouwen en de Oekraïene) nemen de aantallen toe.

Trekroute: continentaal Europa.

Overwinteringsgebied: een deel van de Nederlandse futen trekt in de winter weg naar gebieden in Frankrijk en Zwitserland. Het leeuwendeel van de futen blijft echter de hele winter hier. Met name het IJsselmeer, de Grevelingen en op zee voor de kust overwinteren veel futen. Locaties waar door industrieële activiteiten verwarmd koelwater wordt geloosd, bevriezen niet en hier kunnen soms vele futen - en andere watervogels - bij elkaar worden aangetroffen.