Klein geaderd witje

Klein geaderd witje, Pieris napi

(foto: Piet Krijger)

Zoals de naam al zegt, geven de aders (de lijntjes) een mooie tekening op de vleugels bij deze soort. Dit ontbreekt bij het klein koolwitje, waar ze verder sterk op lijken. De vleugels zijn wit tot grijs bestoven. Ook bij het klein geaderd witje heeft het vrouwtje duidelijke zwarte vlekjes in de voorvleugel. Aan de onderzijde zijn de aders sterk bestoven. Ze vliegen in een gescheiden eerste generatie in de lente en een of twee elkaar overlappende generaties in de zomer en de herfst. Het is een zeer mobiele vlinder. De soort overwintert als pop, hangend aan een stem of steen of iets wat daar op lijkt. Ze kunnen in zeer hoge dichtheden vliegen, tot meer dan 100 per hectare.