Gewone grootoorvleermuis

Gewone grootoorvleermuis, Plecotus auritus

(foto: internet wikipedia)

De bruine of gewone grootoorvleermuis is een redelijk grote vleermuis met een spanwijdte van 25 tot 28 cm en grote oren die elkaar raken aan de basis. De vleugels zijn breed met lange klauwen. Met zijn grote oren kunnen ze de vleugelslag horen van grote insecten en zijn ze minder afhankelijk van de bekende echolocatie. Daarnaast jaagt de grootoorvleermuis ook op zicht. Ze jagen op motten, wantsen oorwurmen en allerlei andere grotere insecten die ze ook van de boombladeren af vangen. De echt grote prooien worden op een vaste plek gegeten waardoor de resten onder op de bodem liggen. Ze gebruiken allerlei plaatsen in de zomertijd waaronder speciale vleermuiskasten. De drachtige vrouwtjes verzamelen zich in grotere groepen van 10 tot meer dan 100 dieren in zogenaamde kraamkolonies in de maanden april en mei. De jongen worden geboren in juni en juli. De paartijd ligt in de herfst van het jaar er voor en het sperma wordt door de vrouwtjes opgeslagen. Na drie weken vliegen de jongen en na zes weken jagen ze zelfstandig. Al sinds een aantal jaren zitten er vleermuizen in de kapschuur bij de greenkeepersloods. Zomer en winter zijn ze daar aanwezig. In 2015 bleken we een kraamkolonie grootoor vleermuizen te hebben die in de nok van de schuur zit. In de winterperiode trekken ze dieper de schuur in waar het kwik nooit onder het vriespunt daalt. In de winter houdt de vleermuis zijn oren "warm" onder zijn oksels, ze kunnen best goed tegen koude en de winterslaap duurt van oktober tot april.