• Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding

 

Natuur Actueel

30 september 2017

Overal paddenstoelen op en langs de fairways!

 

In deze periode van het jaar komen we op onze golfbaan tientallen soorten paddenstoelen tegen. Het aantal soorten in Nederland is overweldigend. Het aantal soorten groene planten in Nederland bedraagt ongeveer 1500, terwijl het aantal soorten paddenstoelen ruim 5000 is! Het is voor de leek dus ondoenlijk om al deze soorten te onderscheiden.

De Melksteelmycena (tussen Peren 3 en 4) en het Donsvoetje

Iedereen heeft wel eens een paddenstoel gezien, maar wat is het eigenlijk? Een paddenstoel is de vrucht van bepaalde schimmels. Het overgrote deel van de schimmel zit onder de grond of in hout in de vorm van een kluwen witte draden, welke zwamvlok of het mycelium wordt genoemd. Vruchten van groene planten dienen, zoals bekend, voor de productie van zaden. Ook de paddenstoel zelf dient voor de voortplanting, maar niet doormiddel zaden, maar van sporen. Schimmelsporen zijn zeer klein en kunnen daardoor door de wind over gigantische afstanden verspreid worden. Of een paddenstoelen-soort ergens voorkomt hangt dus niet af van de aan-of afwezigheid van sporen - die zijn overal - maar van de geschiktheid van de grond en omgeving (biotoop) waar die sporen landen. Onze baan heeft veel geschikte biotopen voor heel veel soorten paddenstoelen.

De verschillende soorten paddenstoelen hebben allemaal verschillende sporen en door de sporen met een microscoop te bekijken kan men vaststellen welke soort het is. Voorbeelden van paddenstoelen die bijna alleen met de microscoop te determineren zijn vanwege vele gelijkende soorten zijn Mycena's en Donsvoetjes.

 

Paddenstoelen zijn in drie groepen te verdelen:

De symbionten

Deze paddenstoelen wisselen stoffen uit met bepaalde bomen. Sommige soorten zijn erg selectief en groeien alleen bij één soort boom, wat een goed determinatiekenmerk is! Een bekend voorbeeld is de Berkenboleet.

Gewone Berkenboleet

De parasieten

Deze paddenstoelen leven op levende bomen en sommige soorten kunnen er voor zorgen dat bomen sterven.  Paddenstoelen zijn overal te vinden, zolang je er maar naar zoekt. In bossen, weilanden, bermen en ook tuinen zijn paddenstoelen te vinden. Op levende bomen kan je hier parasieten vinden als Berkenzwam en echte Tonderzwammen. 

Tonderzwam

De saprotrofen

Dit zijn de grote opruimers onder de paddenstoelen. Ze leven o.a. op dood hout, bladeren, naalden en zelfs poep. Op dood hout zijn saprotrofen als Geweizwam, Houtknotszwam, Ruig Elfenbankje, Gewoon Elfenbakje, Roodporiehoutzwam (paddenstoel die lijkt op een groot elfenbankje en een mooie structuur aan de onderkant heeft) en Waaierkorstzwam te zien.

Waaierkorstzwam

 

Andere symbionten die niet op dood hout groeien, zijn o.a. de eetbare Schubbige Boschampignon en de Berkenboleet. Ook de symbionten zijn op onze baan goed vertegenwoordigd: zoals de Grote Parasolzwam, die op dit ogenblik in volle glorie te zien is op Appel 4.

 Grote Parasolzwammen

Verschillende  melkzwammen, russula's en amanieten, zoals de bekende (giftige) 'rood met witte stippen' Vliegenzwam, waarschijnlijk de bekendste paddenstoel van Nederland.

Vliegenzwam

Alhoewel de meeste paddenstoelen in de herfst groeien zijn er ook in de andere seizoenen  paddenstoelen te vinden. Sommige daarvan staan er het hele jaar, zoals Tonderzwam en andere groeien alleen 's winters, zoals Winterhoutzwam, die opvalt door de buisjes aan de onderkant, en Gewone Fluweelpootjes.  Hierbij enkele voorbeelden van soorten die regelmatig te zien zijn op onze golfbaan: 

Gewoon Fluweelpootje

Witte Kluifzwam

Grootsporige Champion

Verantwoording: Bij de samenstelling van deze tekst is gebruik gemaakt van:

http://www.werkgroepnld.nl/pdf/Paddestoelen.pdf, auteur: Maico Weites en foto's van het internet.

 

Art Alblas

 

 

 

Natuur Actueel

5 augustus 2017

Fazanten in de baan

Ja, plotseling zagen we ze lopen, een haan met wel vijf halfwas jongen. En helemaal niet bang. Je kon best dichtbij komen om ze te fotograferen. Ze liepen op Peren 1 aan het eind in het ruwe stukje tussen P1 en P8 achter de driving range. Op elke lus van de golfbaan kom je wel fazanten tegen. Vooral de fel gekleurde mannetjes trekken de aandacht. 

De fazant komt van nature voor in het gebied tussen Georgië, Armenië, Azerbeidzjan en van Vietnam tot in Noord-Korea. De Romeinen waardeerden de fazant om zijn vlees en zorgden ervoor dat de soort zich over grote delen van Europa verspreidde. De in Europa levende (bos-)fazant is een mix van tenminste vier ondersoorten. Er bestaan 30 ondersoorten! van de Phasanus colchicus (Linnaeus, 1758). De niet meer bestaande raszuiverheid is te wijten aan het vele kweken voor de jacht in de laatste twee eeuwen. Het natuurlijke leefgebied zijn de laaglandbossen waar ze hun voedsel bij elkaar sprokkelen, bestaande uit zaden, planten, kevers en insecten. Op de baan zoeken ze overdag de hogere rough op voor dekking en voor het zoeken naar voedsel. De aantallen zijn na het (geleidelijk) verbod op uitzetten vanaf 1978 en het niet meer mogen bejagen van vossen sterk teruggelopen. Ook de roofvogels en onze ooievaars en reigers zijn daar debet aan. Maar de grootste directe invloed heeft altijd de mens gehad. Gelukkig gaat het nu wat beter met de populatiegrootte in Nederland en lijkt de populatie omvang zich te stabiliseren. Fazanten overnachten in struiken/bomen waarbij de vrouwtjes vaak niet hoog genoeg zitten en zo ten prooi vallen aan vossen en verwilderde katten. 

(Foto's Piet Krijger)

Fazanten zijn nestvlieders, ze worden geboren met reeds een laag donsveren voor camouflage en isolatie. De ogen zijn open en ze kunnen direct al lopen. Ze kunnen meestal ook zelf voedsel zoeken. Ze pikken naar alles wat hun voor de snavel komt en ze leren al gauw hun voedsel te herkennen. Toch hebben ze ook nu nog enige zorg nodig en daar helpt het mannetje ook aan mee. Het mannetje loopt met de jonge fazanten door het veld en zodra er zich gevaar voordoet , door bijvoorbeeld een golfer, maakt het luid kabaal en lokt de vermeende agressor weg van de jongen. Kievieten en scholeksters gebruiken eenzelfde afleidingstechniek. In de eerste weken zijn de pulletjes aangewezen op dierlijk eiwitrijk voedsel, dat veelal bij slootjes is te vinden. 

De fazant is alleen overdag actief. Rusten of roesten doen fazanten in groepen, het liefst in bomen of struiken en als die er niet zijn, op een beschutte plek op de grond. De fazant is een echte loopvogel die grote afstanden kan afleggen op zoek naar voedsel. Fazanten leven meestal in groepen. In de winter zijn dat groepen van drie of vier hanen met een paar hennen, maar ook wel eens alleen maar hanen. Iedere haan heeft tijdens de paartijd een eigen baltsplaats, waarop zich meestal enige hennen bevinden. Rivalen worden dan niet geduld. In het veld is de aanwezigheid van fazanten al snel duidelijk door de schorre kreet van de hanen.

Fazanten hebben een lang broedseizoen, van maart tot en met juni. De vogels leven in een haremstructuur, waarbij een mannetje vaak meerdere vrouwtjes bevrucht. Het nest wordt goed verscholen gemaakt. Eén legsel met 10 tot 14 eieren. Broedduur 22 - 27 dagen. De goed gecamoufleerde vrouwtjes broeden de eieren uit. De jongen verlaten meteen na uitkomen het nest en volgen het vrouwtje en de andere jongen. Wel zoeken ze meteen hun eigen voedsel.

Henk Jenner

 

30 juni 2017

Birdwatching Day golfbanen in Nederland in 2017

De ‘Birdwatching Day’ is een initiatief dat door de NGF en Vogelbescherming Nederland werd georganiseerd op 6 mei 2017. Samen met vogelkenner Louis van Oort hebben groepje CtG’ers en een paar belangstellenden een ‘rondje’ gemaakt over de baan. Het is verheugend om te kunnen melden dat steeds meer golfbanen serieus werk maken van CtG en de betrokkenheid van golfend Nederland voor de natuur en vogels in het bijzonder groeiende is.

Dit jaar deden 84 clubs mee en zijn er in totaal 3821 vogels geteld en 167 verschillende soorten. Daarmee werd het vorige 'record': 3503 vogels, 163 soorten op 76 golfbanen gebroken. Om het competitie element er in te houden: op GC de Stippelberg in het Brabantse Bakel werden de meeste soorten vogels geteld: 83 – van aalscholver tot zwartkop. Wij hadden op onze baan 34 soorten en ja soms weet je wel dat er een soort moet zijn maar is deze er deze ochtend even niet. Alles optellend komen we waarschijnlijk in de buurt van de 50 soorten. Dat is voor een kleibaan waar de natuurontwikkeling geholpen is door gerichte aanplant van (fruit) bomen en heesters best goed te noemen.

De meest opvallende soort bij ons op de baan is de grote lijster (zie vorige nieuwsbrief en Natuur actueel). Een van de soorten die we in steeds geringere aantallen op de baan zien is de scholekster. Trouwens, het gaat met bijna alle weidevogels slecht. Als je vroeger (10 jaar terug) vanaf de snelweg naar de Batouwe reed over de provinciale weg langs Culemborg zag je altijd veel weide vogels vooral kievieten. Dit jaar heb ik er een handjevol kunnen tellen. Aan scholeksters helaas maar enkele. Als oppepper hierbij een foto die ik maakte op de Tesselse golfclub waar scholeksters nog in relatief grote aantallen voorkomen.

Henk Jenner

 

 

 

 

 

03 juni 2017 Geen eagle of albatros maar wel veel birdies

Op 6 mei 2017 werden veel birdies gescoord. Heb ik iets gemist? Misschien wel, want het was de landelijke vogeltelling op golfbanen in Nederland, georganiseerd door NGF, Vogelbescherming en Stern, de NGF partner in duurzaamheid. Natuurlijk was CtG (Committed to Green) erbij met nog een aantal enthousiaste natuurliefhebbers.

 

Op de foto vlnr: Louis van Oort, Gail Groen, Hr Meulemans, Margreet Prager, Art Alblas, Hans de Regt, Henk Jenner en Henk Folmer.

Onder leiding van Louis van Oort vertrokken we om 7 uur ’s-ochtends voor de vogeltelling op de Batouwe. Louis is een bekend vogelspecialist in het ‘Betuwse’ en hij herkent alle soorten op zang en op zicht. Daarvoor had hij een sterk vergrotende monokijker meegenomen wat het meteen fascinerend maakt om dicht op een vogel te ‘kruipen’.

 

De grote lijster op Kersen 5 (foto: Adri de Groot, Vogeldagboek)

Er komen best veel soorten voor op onze golfbaan en bijna iedere golfer kijkt wel even naar de ooievaarsnesten op Kersen 6 en Peren 4, die inmiddels elk twee jongen hebben. Maar er zijn nog veel meer vogelsoorten aanwezig op de Batouwe; kijkt u maar eens op onze website op  www.batouwenatuur.nl of via de button met het ijsvogeltje op de centrale website van de Batouwe. Al deze soorten zijn een goed teken voor de biodiversiteit van de Batouwe en samen met de greenkeepers is CtG er om die biodiversiteit te behouden en waar mogelijk te vergroten. Uiteindelijk konden we die dag 43 soorten waarnemen, wat best een goed resultaat is. We hebben natuurlijk meer soorten op de baan maar ja het blijft een momentopname. Op dinsdag 6 juni om 19.00 gaan we een avondtelling doen. Er is nog ruimte voor een paar vogelliefhebbers. Graag aanmelden bij batouwenatuur@debatouwe.nl.

Naast de vogels die we regelmatig tegenkomen op de Batouwe werden we tijdens onze rondgang ook verrast door een paar zeldzamere soorten, zoals de grote Lijster, de Krakeend en de Visdief.

Dus bij je volgende rondje zou ik zeggen: lopend naar je volgende slag heb je voldoende tijd om eens rond te kijken en te genieten van onze prachtige omgeving. De vogelsoorten waren:

Aalscholver; Boerenzwaluw; Boompieper; Buizerd; Canadese gans; Ekster; Gaai; Gele kwikstaart; Grasmus; Groene Specht; Grote lijster; Heggemus; Holenduif; Houtduif; IJsvogel; Kauw; Kieviet; Kleine karekiet; Kleine mantelmeeuw; Knobbelzwaan; Koekkoek; Koolmees; Krakeend; Kuifeend; Meerkoet; Merel; Nijlgans; Ooievaar; Pimpelmees; Putter; Roek; Roodborst; Scholekster; Spreeuw; Staartmees; Tjiftjaf; Tuinfluiter; Vink; Visdiefje; Wilde eend; Winterkoning; Witte kwikstaart; Zanglijster; Zwarte kraai.

We houden u op de hoogte van de landelijke resultaten.

Piet Krijger.

 

 

 

 

 

 

06 mei 2017 Counting Crows

Ha denkt u. Een stukje over popmuziek. De Counting Crows zijn immers een rockband uit de Verenigde Staten. In Nederland vooral bekend van het nummer ‘Holiday in Spain’. Maar daar gaat dit stukje niet over. Dit gaat over kraaien en onder andere over het feit dat zij kunnen tellen. Maar hierover later meer. Net als elders in de natuur komen ook op De Batouwe (relatief) veel kraaien voor. Maar wat bedoelen we als we het hebben over kraaien. De kraaienfamilie is vrij uitgebreid en omvat kauwen, zwarte kraaien, bonte kraaien, roeken en raven. Eksters en gaaien behoren ook tot de kraaienfamilie. De kauw is de kleinste soort, ongeveer anderhalf keer de lengte van een merel maar met een veel forser postuur. Ziet u op de baan een grotere variant, effen zwart en met een grotere karakteristieke snavel waarbij de bovensnavel bij de punt naar beneden wijst, dan is het een kraai. Bonte kraaien (wintergast), roeken (iets kleiner dan een kraai en herkenbaar aan een kale snavelbasis) en raven (groter dan de kraai) zult u op De Batouwe niet snel aantreffen.

 

Zwarte kraai, foto: Adri de Groot

De kraai is voor velen niet de meest favoriete vogel. Zeker in het voorjaar zal menig golfer geconfronteerd zijn geweest met een kraai die zich pardoes stort op een groepje schattige jonge eendjes om er  vervolgens met één in zijn snavel vandoor te gaan. Dit overigens ook weer met een goed doel, de jonge kraaien moeten immers ook gevoed worden. Ook het roven van eieren is aan de orde van de dag. Buiten de broedtijd voeden ze zich voornamelijk met schadelijke insecten waardoor ze, zeker op de golfbaan, erg nuttig zijn.

Kraaien broeden van april tot en met juni en leggen 4 tot 6 eieren die ze in 19 tot 20 dagen uitbroeden. Vaak beperken ze zich tot één broedsel. Het nest wordt meestal hoog in oude bomen gebouwd. In 1948 zat er een nest zelfs in een torenkraan van een scheepswerf in Zaandam. Dat het nest over een rail schoof en naar alle windrichtingen draaide bleek voor broeden en grootbrengen van de jongen geen enkel bezwaar.

In de historie en in sprookjes is de kraai altijd gekoppeld geweest aan mystiek en ellende. Denk aan de heks met een kraai op haar schouder en de verlaten galg waarop enkele kraaien zich geposteerd hebben. Dit laatste heeft te maken met het feit dat kraaien ook aaseters zijn, reden waarom we ze zo veelvuldig langs de snelweg zien.

 

 

Boven Roek; Onder Kauw,  foto's: Adri de Groot

Je mag rustig stellen dat de kraai geen populaire vogel is. Dit is niet terecht, hij behoort tot de intelligentste vogels en dat is te merken. Er zijn meerdere golfbanen waar kraaien de rits van de golftas openen om er vervolgens de boterhammen uit te stelen. Dat doen ze dan vaak op een plaats waar de golftas even verder weg geparkeerd wordt om bij voorbeeld naar de green of de afslagplaats te lopen. Kraaien zijn ook in staat om gereedschap te gebruiken zoals takjes om insectenlarven  mee uit boomholtes te peuteren. Geef een duif een snee brood, hij begint lustig van binnenuit te eten en weldra zie je de duif met een korst brood om zijn nek dommig om zich heen kijken, zo van ‘hoe is mij dit toch overkomen?’ Geef een kraai een snee brood en hij houdt met één poot het brood tegen de grond gedrukt om het vervolgens zonder problemen op te kunnen eten.    

En dan over het tellen. Kraaien kunnen tellen. Tot drie en volgens sommige deskundigen zelfs tot zes.

Hoe dan? Als een kraai vijf mensen een schuilhut binnen ziet gaan en hij ziet er later vier uitkomen, dan weet hij dat één persoon zich nog in de schuilhut bevindt. Dit kan voor de kraai betekenen dat een eventueel  gevaar nog niet geweken is en hij zal daar ook naar handelen. Voor ons is dit vrij logisch maar voor een dier en zeker voor een vogel is dat vrij uitzonderlijk.

Als u straks weer uw rondje loopt zult u ongetwijfeld kraaien zien. Als u dan toch even moet wachten op de flight voor u neem dan even de tijd om deze vogels te observeren. U zult er zeker door gefascineerd worden.    

Raymond Robinson

 

 

 

2 mei 2017 Bird Watching Day op De Batouwe op 6 mei 2017 om 07.00

In nauwe samenwerking met Vogelbescherming Nederland gaan we aanstaande zaterdag weer de vogels tellen die gehoord en gezien worden op onze baan. Dit gebeurt onder leiding van vogelkenner Louis van Oort. Hij heeft CtG de afgelopen jaren begeleid met het herkennen en tellen van de vogels op onze baan. De start is bij het clubhuis om 07.00 en zal ongeveer twee uur duren. Graag aanmelden via email bij henk@jenneronline.nl. Iedereen die belangstelling heeft voor vogels is van harte welkom.

Meer informatie is te vinden op http://www.birdwatchingday.nl/

 

 

 

2 april 2017 Vleermuizen op de golfbaan

Op de golfbaan zitten verschillende soorten vleermuizen. De soorten die we de laatste 2 jaar waarnemen zijn de grootoorvleermuis, ruige dwergvleermuis en de gewone dwergvleermuis.

Meerdere soorten zijn waarschijnlijk wel aanwezig en dan vooral foeragerend maar daar moeten we doormiddel van inventarisatie met een bat detector achter gaan komen. Dit gaat komend jaar of volgend jaar gebeuren. Vleermuizen zijn belangrijke dieren voor de golfbaan, vandaar ook dat we ze hier en daar proberen te helpen. Vleermuizen eten in de periode mei tot oktober ongeveer 40.000 insecten waardoor de insectendruk op onze grasmat lager wordt en bestrijding dus voorkomen kan worden. Het stukje in deze nieuwsbrief is verzorgd door Gerard de Kock die ons helaas heeft verlaten voor een nieuwe functie als boswachter beheer bij Staatsbosbeheer. We wensen hem veel succes in zijn nieuwe functie. Jan Huibers en Henk Folmer nemen de vleermuis taken over.

Interessante weetjes over vleermuizen op de golfbaan

Al sinds een aantal jaren zitten er vleermuizen in de kapschuur bij de greenkeepersloods. Zomer en winter zijn ze daar aanwezig. Zoals dit jaar is gebleken hebben we een kraamkolonie grootoorvleermuizen in de nok van de schuur zitten. In de winterperiode trekken ze dieper de schuur in waar het kwik nooit onder het vriespunt daalt. De grootoorvleermuis is 4 tot 5 centimeter groot en zijn oren zijn 3 tot 4 cm lang. Om zijn oren te beschermen in de winter tegen de koude vouwt hij ze op en stopt ze onder zijn schouders zoals op de foto's mooi te zien is. Tussen allerlei kieren in en rond de schuur zitten diverse gewone dwergvleermuizen. Zodra een ruimte van een cm breed en 10 cm of meer diep is zitten er wel dwergvleermuizen in. Met de laatste telling kwamen we op 10 dieren uit.

 

   

Grootoorvleermuis in winterverblijf met de oren onder de oksels gevouwen 

Ook in de baan zijn vleermuizen te vinden.

De meeste mensen hebben ze denk ik al wel gezien, de zwarte "flitskasten" die aan een aantal bomen hangen, zie afbeelding. Dit zijn dus vleermuizen kasten, de zogenaamde schwegler 1ff. In deze kasten hebben we al hele mooie resultaten behaald. Normaal duurt het een aantal jaar voor deze verblijfplaatsen gevonden worden. Hier was de eerste kast het eerste jaar al bewoond, het tweede jaar waren 3 van de 5 kasten bewoond. Deze kasten zijn geschikt voor alle soorten vleermuizen die hier in de omgeving voorkomen.

 

 

Vleermuiskast type Schwegler 1ff; onder ruige dwergvleermuis in een Schweglerkast

De komende paar jaar hopen we nog een aantal kasten te kunnen toevoegen en doormiddel van inventarisatie meer duidelijkheid te krijgen over welke soorten er nu precies rondvliegen en misschien zelfs huizen.

Gerard de Kock
 

 

 

 

16 maart 2017 Nestkasten rapport van 2016 

Voor de vogelaars en echte liefhebbers onder ons. Je kan nu het rapport over het broedseizoen 2016 van het Nestkastenonderzoek in Nederland vinden bij rapporten en dan bij vogels

 

9 maart 2017 Beleef de lente

Vandaag had ik contact met Louis van Oort, onze vogel specialist uit Geldermalsen en hij vertelde dat de site "Beleef de Lente" in de lucht is.

Voor de vogelliefhebbers is deze site een must. Beleef het wel en wee mee van allerlei soorten vogels via de webcam.

De site kan je vinden op: www.vogelbescherming.nl/beleefdelente. Veel plezier toegewenst.

 

4 Maart 2017 - Zwanenmosselen op de Batouwe

Nu na de grote schoonmaak van de waterpartijen op onze baan liggen overal grote lege schelpen. Het zijn zoetwatermosselen die een belangrijke functie vervullen in de waterpartijen.

We kennen in Nederland twee subfamilies van de Unionidae: de Zwanenmosselen (Anodonta’s) en de Stroommosselen (Unio’s). Bij ons op de baan zijn het vooral Zwanenmosselen (Anodonta cygnea , zie foto). Het zijn grote dunwandige schelpen met een gelige tot bruingroene kleur. Deze kleur wordt gevormd door een soort opperhuid welke over de schelpen heen ligt. De groeiringen zijn goed te zien. Deze soort kan 15 tot 20 jaar oud worden. Dat lijkt al veel maar er is een soort, de parelmossel, die expliciet leeft in koude rivieren en die wel 90 jaar oud kan worden.

Alle mosselen in zoet- en zeewater hebben hetzelfde principe om voedsel en zuurstof te vergaren. De dieren hebben kieuwen die bezet zijn met ciliën (soort trilharen) waarmee een waterstroom kan worden opgewekt door de kieuwen. Via een inlaatopening komt het water naar binnen en wordt geproefd op kwaliteit en voedsel. De kleine voedselpartikels (plankton maar ook bacteriën) en natuurlijk de benodigde zuurstof worden in de kieuwen uitgevangen. De voedseldeeltjes worden via een voedselgroef naar de mond getransporteerd en dan opgenomen in een eenvoudig maag-darm systeem. Ook een hart is aanwezig waarmee het bloed wordt rondgepompt. De faeces wordt door de uitlaatopening samen met het water  naar buiten geperst. Ook alle onverteerbare (klei)deeltjes worden zo, samengeperst in een klein miniworstje (pseudofaeces), naar buiten gewerkt. Op deze manier werken mosselen aan het vastleggen van fijne slibdeeltjes in waterpartijen. Zeewatermosselen doen dat op grote schaal in de Waddenzee. De voortplanting is best bijzonder, de eieren worden in de twee binnenste kieuwen “uitgebroed” van het vrouwtje en de larven hebben haakjes waarmee ze zich kunnen vasthechten aan kieuwen van vissen en zo worden verspreid over grote afstanden. De mossel zelf verplaatst zich met behulp van een grote gespierde voet die ze uitsteken en een anker vormen waarna ze zich er aan optrekken. Normaal leeft de mossel half begraven in de modderige bodem.

Anodonta cygnea (foto Henk jenner)

De grote Zwanenmosselen zijn tevens onmisbaar voor de voortplanting van een visje, de Bittervoorn. Deze vissoort is best zeldzaam maar komt gelukkig veelvuldig voor in de sloten en plasjes op de baan. Het vrouwtje legt specifiek haar eieren in de mossel waar ze uitgebroed worden in een beschermde omgeving in plaats van vrij in het water of op een rietstengel.

Dat er op dit moment veel mosselschelpen op de kant liggen komt door twee oorzaken. Allereerst zijn de waterpartijen op veel plaatsen geschouwd waarbij het riet, modder en daarmee veel mosselen op kant zijn getrokken. De vossen, ratten, meeuwen en kraaien krijgen de dunne schelpen gemakkelijk open en het mosselvlees is een lekkernij voor ze. De greenkeepers hebben zoveel mogelijk de mosselen teruggegooid maar in de modder zijn ze slecht te herkennen. Ten tweede is de waterstand op de baan lager dan normaal en staat deze op winterstand zoals Rijkswaterstaat dat wil hebben. Hierdoor komen de mosselen langs de kant binnen bereik van hun vijanden. Veel mosselen hebben duidelijke haksporen van snavels.

 

3 Februari-Aanleg paddenpoel op Appel 5

Foto's: Henk Jenner

 

Speciaal aangelegde ondiepe vijvers, “Paddenpoelen” kunnen voor kikkers, padden en salamanders (amfibieën) een prima biotoop vormen om bedreigde en zeldzame soorten te helpen.

CtG heeft, in samenspraak met de greenkeepers op De Batouwe op Appel 5, links van de dames tee box in het Out of Bounds gebied een prima plek gevonden. Onder toezicht van de greenkeepers is een vijver van ongeveer 25 bij 12 meter uitgegraven. Een groot deel van de uitgegraven grond is rondom gelegd, zodat er een helling ontstaat die opwarmt in het voorjaar. Deze opgewarmde grond trekt de amfibieën aan.

We hopen dat we, onder andere, de heikikker kunnen lokken om hier zijn domicilie te vinden.

Op een groot aantal plaatsen in Nederland is voldoende geschikt landhabitat voor amfibieën aanwezig. Geschikte voortplantingswateren ontbreken vaak. Door het aanleggen van een paddenpoel kan een gebied voor amfibieën geschikt worden.

Henk Folmer op de vrijgemaakte plek 

Qua oppervlakte maakt een paddenpoel maar een klein deel uit van het gebied. In de toename van het aantal soorten kan de invloed van deze kleine elementen juist opvallend groot zijn.

Paddenpoelen zijn niet alleen belangrijk als voortplantingswater voor amfibieën. Paddenpoelen brengen meer variatie in een terrein. Meer variatie betekent altijd meer planten en diersoorten.

Paddenpoel kan dienen als groeiplaats voor water en moerasplanten, als leefgebied voor insecten en andere ongewervelden en als drinkplaats voor vogels en zoogdieren. Niet alleen de paddenpoel zelf, maar ook het talud boven de waterlijn kan bij uitstek geschikt zijn voor bepaalde organismen. Denk aan warmteminnende insecten die hun nesten kunnen maken in de zonnige noordoever.

Het is een interessant experiment om te volgen hoe de natuurlijke successie gaat verlopen. Henk Folmer gaat het geheel begeleiden en volgen.



 De Paddenpoel op dag 1 

 

9 januari - Winterslaap

Foto's: Kees van Rijsbergen

In de winter staat mijn golfactiviteit op een laag pitje. Ook voor mijn overige bezigheden moet ik echt moeite doen. Het is bovendien erg lekker een half uurtje langer in een warm bed te blijven liggen. Ik heb dan wel eens het gevoel, dat ook mijn lichaam in een light-variant van de winterslaap verkeert.

Op de golfbaan is momenteel de natuur in ruste. De natuur verkeert in een winterslaap, die in bepaalde gevallen een aantal dagen, maar veelal enkele weken kan duren. Het voordeel van het houden van een winterslaap is dat een dier tijdens de winter kan overleven, zonder energie te hoeven besteden aan het zoeken van voedsel, dat dan moeilijk is te vinden. Door in winterslaap te gaan houden sommige dieren hun energie vast.

Egel scharrelt op Peren-5 nog wat voedsel bij elkaar voordat hij in winterslaap gaat

Tijdens de winterslaap vertraagt de stofwisseling van een dier tot een zeer laag niveau. Dit wordt bereikt door een verlaging van de lichaamstemperatuur, het ademhalingsritme en het hartritme. Bij nageldieren (hamster) en insecteneters (egels, spitsmuis en vleermuizen) zakt hun lichaamstemperatuur behoorlijk: bij sommige tot nul graden of bij de vleermuizen zelfs daaronder. Voordat de winterslapers gaan slapen, stoppen ze hun buik nog behoorlijk vol. Tijdens de rustfase verbranden zij het opgeslagen vet en overleven zo de koude maanden. Lange koude periodes of koude storingen die de dieren wakker maken, kunnen voor de winterslapers dodelijk zijn: De energievoorraad wordt dan te snel opgebruikt en de dieren sterven door de kou. Sommige dieren die een winterslaap houden, bewegen enkele keren in hun slaap, andere dieren slapen het gehele seizoen aan een stuk door.

Van dassen en eekhoorns wordt onterecht wel gedacht dat ze een winterslaap houden. Maar dit is onjuist. Het gaat hierbij om een winterrust; de hartslag vertraagt weliswaar, maar de lichaamstemperatuur blijft vrij constant. Ze worden vaak wakker en nemen voeding tot zich. Gemiddeld daalt de energieomzet bij grote dieren die een winterrust houden, in de winter 1/10 deel van de zomerse energieomzet. Bij kleine dieren die een winterslaap houden, is dit 1/100 van de zomerse energieomzet. 

Een woelmuis laat zich nog even zien op Kersen-7, voordat hij voor langere periode onder zeil gaat

Sommige zoogdieren houden een winterslaap terwijl het vrouwtje drachtig is. De jongen worden geboren nadat het vrouwtje uit de winterslaap is ontwaakt.

Ook sommige reptielen, amfibieën, vissen en insecten houden een winterslaap. Deze koudbloedige dieren worden tijdens de winterslaap stijf. Koudbloedige dieren houden hun lichaamstemperatuur niet constant, maar zij veranderen met de omgevingstemperatuur. Als een kikker of hagedis te koud is, worden ze stijf. In tegenstelling tot warmbloedige winterslapers kan men dieren die stijf worden door de kou niet door een prikkeling wakker maken.

 

4 december 2016 - Wroeters en vreters op de greens

Foto's: Internet

 

Je staat er als golfer niet altijd bij stil dat zo’n gecultiveerd en strak geschoren stukje gras een ‘tafeltje-dekje’ kan zijn voor twee soorten larven-beesten. Het gaat om emelten, de larven van langpootmuggen en engerlingen, de larven van een aantal soorten kevers.

 

 

Langpootmug Tipula

Insecten hebben een levenscyclus die begint met het bevruchte eitje waar een kleine larve uitkomt, die in zijn groei een aantal vervellingen doormaakt. Het eind van de larvale cyclus is het popstadium. Het insect maakt dan een gedaantewisseling door en uit de pop komt dan een langpootmug of een kever gekropen. Deze leven maar enkele dagen tot weken voor de noodzakelijke voorplanting, waarna de cyclus opnieuw begint.

Emelt

Een langpootmug legt wel 1.000 eieren in het gras van fairway, tee-box en greens en van de vijf soorten in Nederland is er één soort (Tipula oleracea) die twee generaties per jaar kent. Je kunt je voorstellen dat het dan hard gaat met de aantallen emelten. De emelten zijn donker van kleur en voelen leerachtig aan, vandaar dat de Engelsen ze ‘leather jackets’ noemen. Ze eten zowel de wortels van de graszode als het gras zelf waarvoor ze op stille vochtige nachten boven de grond kruipen. Extra schade kan optreden door wroeten van kraaien, vossen en zelfs dassen. Ja, als deze gasten zijn langs geweest, zien de greens er vaak niet meer uit.

Engerlingen zijn de larven van een aantal soorten (bladspriet)kevers waarvan de Johanneskever (Phyllopertha horticola), ook wel Rozenkever genaamd, de bekendste is binnen de golfwereld.Rozenkever

Ook de engerlingen eten aan de wortels van het gras en kunnen veel schade veroorzaken. Bij ons op de baan valt het gelukkig erg mee. Als er schade is, dan is sproeien met een knoflook oplossing meestal voldoende. De engerlingen kruipen dan dieper de grond in en verhongeren.

Emelt

Een bijzondere biologische bestrijding is het gebruik van aaltjes. Dat zijn heel kleine wormpjes (=nematoden) die bacteriën bij zich dragen. Deze unieke soort aaltjes dringen de emelten en engerlingen binnen en de meegebrachte bacteriën zijn dodelijk voor beiden. Een andere bestrijdingsmethode tegen engerlingen is een sluipwespen soort welke gelokt kan worden door wilde peen aan te planten. Er zijn golfbanen die deze biologische bestrijding al toepassen.

CtG-leden gaan in 2016 een begin maken met meer aandacht voor de kevers en langpootmuggen op onze baan.

 

 

6 november 2016 - Vispassage bij het H.A. van Beuningengemaal geopend

Foto's: Piet Krijger

Op woensdag 19 oktober 2016 is onder redelijke belangstelling de vispassage bij het  H.A.van Beuningengemaal in Zoelen geopend.

De belangstellenden bij de opening van de vispassage  

Veel vissen trekken van nature om te paaien. Deze trek wordt vaak bemoeilijkt door kunstwerken, zoals stuwen en gemalen, die de waterstand reguleren. Om de populatie van allerlei vissoorten op peil te houden, zijn vispassages noodzakelijk. De aanleg van de vispassage is één van de maatregelen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW) ter verbetering van de ecologische kwaliteit van het watersysteem.

De vispassage 

Deze passage gaat er voor zorgen dat vissen zich in principe het gehele jaar kunnen verplaatsen, in beide richtingen van de Linge en het Amsterdam-Rijnkanaal. Hun leefgebied wordt daardoor aanzienlijk vergroot. Deze 130 meter lange vispassage, die het  forensen voor vissen dus gemakkelijker maakt, heeft  € 1.000.000,= gekost.

Het ingenieuze systeem is er op gebaseerd, dat via een bypass in de Linge,  de vissen via een meter dikke buisleiding weer terecht komen in een bak met 4 vistrappen. Vervolgens komen de vissen in het Amsterdam-Rijnkanaal.

Onderzoeksopzet:

-Fuikmonitoring naar stroomopwaartse vismigratie.

-Bemonsteringsperiode: 5 tot en met 17 oktober.

-Monitoring van fuik om dd 2 of 3 dagen.

Resultaten:

-Gegevens verwerkt tot en met 17 oktober.

-26758 exemplaren van 15 vissoorten.

De volgende personen waren aanwezig bij de opening:

-Anita Besselink  van het Waterschap Rivierenland.

-Mathieu Gremmen van Heemraad Waterschap Rivierenland.

-Theo van de Gazelle = Hoodingenieur Directeur Rijkswaterstaat Midden Nederland.

-Bjorn Prudon = ecoloog.

De werkzaamheden hebben  een half jaar in beslag genomen en werden uitgevoerd door aannemer Van der Ven (Brakel).Overzicht over de vispassage 

 

2 oktober 2016 - Nestkastinventarisatie op de golfbaan

Foto's: Kees van Rijsbergen

Om vast te stellen hoe de bezetting van de 110 kasten in onze baan is en hoe het uiteindelijke resultaat van het broedseizoen is, maken we met 3 groepen in het broedseizoen, 6 keer een inventarisatieronde. Van belang voor de registratie zijn, de vogelsoort, de datum van eerste eileg, het aantal eitjes, het aantal jonge vogels en het aantal dat van de eerste eileg uitvliegt. Vervolgens of er in de kast tweede eileg volgt en het resultaat daarvan.

Inspectie van de nestkasten

Het jaar 2016 was in vergelijk met voorgaande jaren heel bizar. Het begon begin april met de eerste eileg, dat was op 7 april, daarna trad een extreem koude periode ( nachtvorst) in, waardoor er heel veel eistops voorkwamen, in de nacht als het ei gevormd wordt besluit het vrouwtje geen ei te leggen, ze neemt het ei weer op in haar lichaam. Het duurt een paar dagen voordat het mechanisme weer op gang komt, terwijl het mannetje iedere ochtend voor de kast zit te zingen om haar weer te dekken.

Eitjes van een koolmees

Een ander fenomeen dat de vogels dit jaar veel deden is een broedstop, ze leggen alle eieren maar wachten met te gaan broeden, zo’n stop kan wel 10 dagen duren. Als je wekelijks zou controleren, wij doen dat eens per 14 dagen, kun je makkelijk een eistop vinden, de broedstop kun je vinden door de eerste ei datum en het aantal eieren op te tellen plus 13 dagen (ze broeden 14 dagen maar het leggen van het laatste ei is ook de eerste broeddag) dan weet je wanneer de jongen geboren moeten worden, dat is dag nul. Zit het vrouwtje dan nog te broeden dan heb je een broedstop gehad en met de leeftijd van de jongen kun je dan berekenen hoe lang de broedstop was.

Jonge koolmezen

Het resultaat van 2016 was slecht in vergelijk met voorgaande jaren. Van de 95 geselecteerde kasten, de overige 15 zijn moeilijk bereikbaar, bleven er 18 leeg. Koolmees is de grootste groep ( 53 nesten), pimpelmees (22 nesten), boomkruiper en een roodborst. In totaal hebben we 662 eieren geteld, maar van veel legsels zijn sommige eieren niet uitgebroed en in meerdere kasten bleven dode jongen achter.

Op naar 2017 voor een beter resultaat!